Kleding in het Engels voor kinderen
Bij het aankleden heb je alledaagse voorwerpen om in het Engels te benoemen en beschrijven. Deze gids behandelt kledingwoorden zoals T-shirt, pants en socks, met zinnen voor één kledingstuk en voor paren. Twee spelletjes laten zien hoe je met kleding of eenvoudige tekeningen kunt oefenen.

- Leertaal
- Engels
- Leeftijd
- Leeftijd 3–10
- Niveau
- Beginner
Kies voor een beginner van 3-10 jaar vandaag een paar woorden en bewaar de volledige tabel als naslagwerk. Gebruik vertrouwde kleding of teken kledingstukken die je gezin niet heeft.
De voorbeelden gebruiken this is bij zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en these are bij meervouden, zoals uitgelegd in de grammaticagids van de British Council. De vormen pants en shorts zijn meervoud, ook als je één kledingstuk bedoelt.
Kies de zinnen die bij de kleding voor je passen. De spreker gebruikt my voor de eigen spullen. Spreek bij tekeningen vóór het beginnen af van wie de denkbeeldige kleding is.
- This is my T-shirt.
- These are my pants.
- This is my shoe.
- These are my shoes.
- Where is my hat?
- Where are my socks?
- Here it is.
- Here they are.
Laat voor shoe/shoes één schoen zien bij de enkelvoudszin en twee schoenen bij de meervoudszin. Collins vermeldt beide vormen.
Laat je kind voor een makkelijkere beurt wijzen terwijl jij spreekt. Laat het voor een moeilijkere beurt vragen terwijl jij antwoordt. Dit zijn keuzes, geen leeftijdsgebonden mijlpalen.
T-shirt heeft twee lettergrepen: zeg de letternaam T en daarna shirt. In sweater en jacket ligt de klemtoon op de eerste lettergreep. De gelinkte pagina's voor T-shirt, sweater en jacket geven uitspraakhulp.
Wijs het kledingstuk aan, zeg de naam natuurlijk en daarna de hele zin. Wacht even tot je kind het probeert of laat het luisteren. Houd het een gesprek, geen uitspraaktest.
Spelen: Kleding in het Engels voor kinderen
De British Council adviseert vertrouwde voorwerpen en dagelijkse routines voor het oefenen van Engels, waaronder over kleding praten bij het sorteren van de was. De twee activiteiten hieronder zijn eigen suggesties, geen geteste lessenreeks.
Gebruik een leeg oppervlak en schone kleding zonder losse versieringen, of grote tekeningen van een volwassene. Laat kleerhangers, spelden en plastic zakken weg. Kinderen mogen wijzen; niemand hoeft zich om te kleden.
1. Sorteer de kleding en zeg van wie die is
- Doel
- Koppel kleding van hetzelfde type en probeer een zin met this is of these are.
- Voorbereiding
- Kies twee of drie soorten uit de tabel, zoals T-shirt, pants en socks. Leg van elke soort twee schone voorbeelden klaar of maak twee tekeningen per soort. Houd elk paar sokken bij elkaar. Gebruik de kleding van je kind of spreek af dat de tekeningen de denkbeeldige kleding van je kind zijn.
Stappen
- Leg één voorbeeld van elke soort op een aparte plek. Leg de resterende kledingstukken of tekeningen door elkaar in het midden.
- Benoem één kledingstuk uit het midden en laat zien waar het hoort. Nodig je kind uit om het volgende passende kledingstuk naast het voorbeeld te leggen.
- Laat je kind het eigen T-shirt vasthouden of aanwijzen. Geef de zin om te proberen: "This is my T-shirt." Doe voor de eigen broek "These are my pants" voor.
- Wissel van taak: je kind benoemt of wijst een kledingstuk aan en jij sorteert het. Stop na een paar beurten of kies samen een andere soort.
- Hulp van een volwassene
- Maak duidelijk dat je de woorden van je kind voordoet als je my zegt. Zeg zelf de hele zin als je kind liever wijst. Wijs bij meerdere voorbeelden in één groep voor de voorbeeldzin slechts één T-shirt of één broek aan.
- Eenvoudigere variant
- Gebruik maar twee kledingsoorten en sorteer samen, waarbij de volwassene alles benoemt.
2. Zoek de ontbrekende kleding
- Doel
- Merk op welk kledingstuk ontbreekt en oefen om ernaar te vragen.
- Voorbereiding
- Gebruik drie kledingsoorten uit het eerste spel opnieuw of kies een hoed, een T-shirt en een paar sokken. Gebruik schone kledingstukken of tekeningen van een volwassene. Spreek af van wie de echte of denkbeeldige kleding is; houd de sokken bij elkaar.
Stappen
- Leg de drie keuzes neer. Wijs ze één voor één aan en zeg de naam samen.
- Vraag je kind om weg te kijken terwijl je één kledingstuk achter je rug houdt. Laat de andere twee liggen.
- Nodig je kind uit om te ontdekken wat ontbreekt. Doe bij de eigen hoed "Where is my hat?" voor. Doe bij de eigen sokken "Where are my socks?" voor. Eén woord of aanwijzen is genoeg.
- Breng het terug en zeg "Here it is" voor de hoed of het T-shirt, of "Here they are" voor de sokken. Wissel voor de volgende beurt van rol.
- Hulp van een volwassene
- Geef de vraag om na te zeggen in plaats van je kind die te laten bedenken. Spreek bij het wisselen van rol af dat de plaatjes nu de denkbeeldige kleding van de nieuwe vragensteller zijn. Geef een hint of laat het kledingstuk zien in plaats van punten bij te houden.
- Eenvoudigere variant
- Gebruik twee tekeningen en laat je kind kijken terwijl je er één weghaalt. Benoem zelf het ontbrekende plaatje en breng het daarna terug.
Pants of trousers? Deze gids voor Amerikaans Engels gebruikt pants voor de buitenste broek. Brits Engels noemt die meestal trousers, terwijl pants ondergoed kan betekenen. Brits jumper betekent sweater. Dit zijn regionale gebruiken, geen verschillende leerniveaus. Zie pants en jumper.
Shirt of T-shirt? Een T-shirt is een soort shirt. Gebruik bij deze oefening shirt voor een bovenstuk met kraag en knopen aan de voorkant en T-shirt voor het type zonder kraag dat je over je hoofd aantrekt. Schrijf T-shirt met een hoofdletter T en een koppelteken. Zie shirt en T-shirt.
Waarom a pair of pants? Het Engels behandelt pants en shorts als meervoudige zelfstandige naamwoorden voor kledingstukken met twee pijpen. Zeg a pair of pants of a pair of shorts voor één kledingstuk. Vergelijk "These are my pants" met "This is my pair of pants." Een pair of shoes betekent twee schoenen die bij elkaar horen. Zie pair.
Mag elk kind al deze woorden gebruiken? Gebruik de hele lijst als naslagwerk, niet als eis om elk woord te kennen. Verdeel die niet in jongenswoorden en meisjeswoorden. Een kind kan een dress, skirt, pants of hat benoemen zonder die te hebben of dragen. Kies eerst vertrouwde kledingstukken en gebruik tekeningen voor de rest.
De kledinglijst is een redactionele selectie en de voorbeelden en activiteiten zijn geen getest leerprogramma. De leeftijd 3-10 beschrijft de beoogde doelgroep, geen belofte van vooruitgang. Woordenboekteksten en ouderadviezen zijn geraadpleegd op 13 oktober 2026; afspelen van audio is niet getest.



